Maria la Serrana, dromenjager

INVITAD@ – MARLIES JANSEN – Flamencojournalist Marlies Jansen vertelt over Maria la Serrana, de Nederlandse flamencodanseres die haar voeten stevig in Andalusië heeft geplant. Maria komt in november met de tour ‘Santuario’ in gezelschap van topartiesten uit Sevilla naar de lage landen. Bekijk de agenda voor de data.

Manon werd Maria

“Toen ik María la Serrana leerde kennen – wat zal het zijn, twintig jaar geleden? – heette ze nog Manón en leek gewoon een van de Nederlanders die haar hart aan de flamenco had verpand. Maar alles veranderde toen ze haar studie opgaf, een baantje zocht om een spaarpotje op te bouwen en voor een jaar naar Sevilla vertrok om echt goed te leren dansen. Ze nam lessen bij de Farrucos, een zigeunerfamilie met een woeste, aardse, maar tegelijk toch heel elegante flamencostijl. Dat jaar werden er al gauw twee en drie… enfin, María gaat nooit meer weg uit Sevilla, want – zoals ze mij ooit in een interview voor het flamencoblad vertelde – “in flamenco heb ik mijn huisje gevonden”. María is namelijk niet écht Nederlands, zoals haar donkere uiterlijk al doet vermoeden. Ze is als Libanese baby liefdevol geadopteerd door twee Nederlandse ouders, maar kwam er gaandeweg achter dat haar temperament niet paste in de Hollandse gezapigheid. Je weet wel, dat sprookje van Andersen over dat jonge zwaantje dat per ongeluk in een eendennest terecht gekomen was.

Maria la Serrana in haar flamenco tablao in Triana. Foto Ginette Lavell.

Leven van de flamenco

Toen María in Sevilla kwam, wist ze dat ze er altijd wilde blijven en dat ze van de flamenco wilde leven. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De flamencoscene van Sevilla is heel erg een ons-kent-ons wereldje en concurrenten van buitenaf, zonder de nodige familieconnecties, komen daar niet zomaar tussen. Maar María begon tournees te organiseren naar het buitenland en andere artiesten wilden graag mee. “Palabra de Manón” (woord van Manón) werd een gevleugelde uitdrukking: María hield zich altijd aan haar woord, betaalde op tijd en volledig uit – als het moest ten koste van haar eigen gage – en kwam al haar afspraken na. Ze begon een tablao, een stukje buiten de stad, met een pendelbus voor toeristen, maar dat werd financieel geen succes: de mensen die er kwamen, vonden het geweldig, maar er waren te weinig toeristen die er het bustripje voor over hadden.

Flamencobar in Triana

Met een Finse danseres, Kati, ging ze flamenco-avonden organiseren in een bar langs de rivier, in Triana, van ouds de plek in Sevilla waar de flamenco het meeste thuis is. Begin dit jaar heeft ze met als zakenpartner Farruquito’s neef Polito het café overgenomen. Drie maanden lang hebben ze staan opruimen, schoonmaken en verven, maar nu ziet de tot Flamenco Esencia herdoopte bar er geweldig uit. En de artiesten staan in de rij om er op te treden. Mét María natuurlijk, want zij kan alles: ze regelt, ze kookt, ze geeft uitleg over flamenco, maar ze is het allergelukkigst als ze danst.
Twintig jaar geleden kwam María naar Sevilla met een droom. Ze heeft keihard gewerkt en elke cent die ze verdiende, geïnvesteerd in die droom: eerst haar lessen, toen de tournees en nu haar tablao. Maar ze heeft haar droom waar gemaakt en dat was het allemaal waard. Ben je ooit in Sevilla en wil je goede flamenco zien in een intieme setting? Ga dan vooral naar Flamenco Esencia aan Calle Betis. En doe María maar de groeten van me.”

 

 

Share