Openingsvoorstelling Los Invitados

De troost van flamencoBelen Maya 1 foto Ginette Lavell

Gisteren opende de Nederlandse Flamenco Biënnale met de voorstelling Los Invitados van Belén Maya. Ik zag de voorstelling al op de Bienal in Sevilla en interviewde een van de makers over de achtergronden. Deze voorstelling vertelt namelijk een verhaal. Een verhaal van verdriet en troost. Van blijdschap en het leven vieren.

 

Er zijn momenten geweest dat ik geen flamenco kon verdragen. Soms kan verdriet een mens zo gevoelig maken dat de intensiteit die bij flamenco hoort simpelweg te groot is. Maar ik heb ervaren dat juist diezelfde intensiteit ook troost kan bieden. En dat is een van de redenen waarom Belén Maya’s voorstelling Los Invitados zo’n indruk op me maakte.

 

Trin trin, llaman a la puerta
Een kamer vol lege stoelen. Zijn het er genoeg? Wie zullen er komen?

Trin trin, llaman a la puerta
Er wordt gebeld. De gasten arriveren. Wat nemen ze mee, en wat laat ik zien? Wie ben ik bij wie?

Belén Maya viert in Los Invitados een feestje. Een heel persoonlijk feestje. Rode draad is het gemis van een afwezige. Maya danst door, maar haar gasten tonen zich ware vrienden door niet alleen met haar te feesten, maar haar ook te confronteren met wat het leven is: inclusief het plezier en de pijn. Zo gaat ze door de fases van rouw en verdriet. De afwezige, haar jong overleden moeder Carmen Mora, danst op een gegeven moment mee op een videoprojectie op de achtergrond.

Genodigden op een feest

Marilia Samper, regie-assistent Cia. Belén Maya: “Deze voorstelling gaat het niet om dans om de dans, of zang om de zang. Het gaat om de vitale behoefte om je uit te drukken, de expressie. Beléns gasten zijn haar reisgenoten langs verschillende emotionele stadia om uiteindelijk uit te komen bij de bevrijding van haar verdriet en een werkelijke viering van het leven. Stap voor stap laten de genodigden, haar vrienden, haar zien hoe waardevol de herinnering is. Dat je die ook kan beleven zonder pijn.” Los Invitados is een voorstelling die nooit hetzelfde is, en dat komt door de opzet met gastartiesten. Op het Festival de Jerez voorjaar 2014 maakte met name het duet met Manuel Liñan een daverende indruk. Zijn dansstuk, met Liñan als mannelijke danser in bata de cola (jurk met sleep), bracht spektakel naar het Jerez festival van dat jaar. Het werd zo’n iconisc festivalmoment dat het beeld van Liñan in bata de cola en met mantón (grote Spaanse sjaal) de hoofdvisual van de poster van het Festival de Jerez 2015 is geworden. In Rotterdam was er geen dans-invitado, maar een invitada in de persoon van Ana Morales. Deze jonge danseres is heel hard op weg om een grote gevestigde naam te worden en heeft als een van de weinige danseressen modern én traditioneel in iedere vezel van haar lichaam zitten. Daarmee past ze prachtig bij Maya die de traditie van haar beroemde flamencodansouders voortzet en tegelijkertijd een heel eigen taal heeft ontwikkeld.

Holistische flamenco

Er is een grote rol weggelegd voor zang in de voorstelling. En ook dat past helemaal bij Belén Maya, die per definitie de dingen als een geheel ziet. Dus niet óf dans óf zang óf theater. Zelf noemt ze dit ‘holistische flamenco’. Op haar website wordt dit concept toegelicht. Vrij vertaald staat er te lezen: “Kunst is het resultaat van het krachtenveld tussen processen en relaties. Belén Maya onderzoekt alle actieve elementen van dat krachtenveld: muziek, theater, vertelkunst, performance, drama, taal etc. met als sleutel van haar creatieve denken zichzelf.” Vanuit die totaalkijk op kunst smeedt Maya steeds weer nieuwe banden en Los Invitados is daar misschien wel de duidelijkste materialisatie van. Omdat het open staat voor steeds nieuwe invloeden, nieuwe geluiden en zo zich steeds verder ontwikkelt. Bij de voorstelling in Rotterdam speelt zanger José Valencia de rol van verteller. “José is de meest tragische stem van het geheel” zegt regie-assistent Samper. Omslagpunt in de voorstelling is wanneer Valencia Maya toezingt en zij een dans aangaat met haar paarse bata de cola. Ze draait, ze keert, ze wil hem niet horen, ze gaat toch op hem af. Op een goed moment houdt ze de bata rond haar hoofd en beweegt ze langzaam heen en weer. Het geeft een iconisch beeld van deze voorstelling: Maya’s gezicht omlijst door haar flamencojurk. Is ze gevangen in een dwangbuis of is ze beschermd als het kind in de buik van de moeder? Waar José Valencia de pijn naar boven haalt, is zanger Tomás de Perrate de stem van het spel. In een heerlijk soort Spanglish zingt hij ‘Cheek to cheek’ en danst Maya in een ballroomjurk een vrolijke Ginger Rogers impressie met acteur Javier Centeno. En ze draagt je mee in de dans. Want naast een ongelofelijk uitdrukkingskracht voor de donkere emoties heeft Maya ook zeker een humoristische kant die in beweging en expressie tot leven komt. Die lichtere noot is minstens zo belangrijk voor de voorstelling en maakt dat je als toeschouwer werkelijk meegenomen wordt in de loutering van Maya. En gelouterd verlaat je dan ook het theater met het gevoel dat je de hele reis hebt meegemaakt. Het maakt overigens niet uit of je vooraf iets wist over het concept van de voorstelling. “Het is geen verhalend thema” zegt regie-assistent Samper “het is meer een zintuiglijke ervaring.” Voor mij was deze voorstelling een feest van herkenning. En herkenning staat aan de wieg van troost.

Cia. Belén Maya – Los Invitados Flamenco Biënnale Nederland 16 januari, Rotterdamse Schouwburg

Belén Maya, dans/choreografie Ana Morales special guest, dans. José Valencia, Tomás de Perrate, José Anillo, special guests zang. Gema Caballero, zang Javier Patino, Rafael Rodríguez, gitaar Chloe Brulé, Maija Emilia Lepisto, palmas Javier Centeno, acteur.

Letra: Pocito de nieve

Een terugkerend thema in de voorstelling is de herhaling van een stukje letra (flamenco-tekst):

Pocito de nieve Que en un manantial había;
Mientras más profundo el pozo, Más clara el agua salía.

Kleine wel van sneeuw Gelegen in een bron;
Hoe dieper de put, Hoe helderder het water stroomde.

Het is een deel van een soleá van Carmen Linares, de zangeres waar Maya’s moeder Carmen Mora veel mee samen werkte. In eerdere uitvoeringen van Los Invitados zong Linares zelf deze letra. Het steeds terugkerende fragment is heel poëtisch en daardoor lastig om er een degelijke tekstverklaring van te geven. Maar het einde van de letra, geschreven door Linares in nagedachtenis van de zanger Manolo Heras, spreekt voor zich:

Tengo una pena una pena
casi puedo yo decir
que yo no tengo la pena
la pena me tiene a mi.

Ik heb een pijn, zo’n pijn
dat ik bijna kan zeggen
dat ik niet de pijn heb
maar de pijn mij.

Tekst, foto en vertaling letra: Ginette Lavell Dit artikel verscheen eerder in Mundo Flamenco en staat ook te lezen op de site van Dans Magazine.

Share